dinsdag 20 oktober 2009

Chitwan National Park

Dag allemaal,

het is een tijdje geleden dat we nog eens iets op onze blog hebben gepubliceerd, dus we zijn jullie nog een aantal verhalen schuldig. Laten we beginnen bij onze laatste week Nepal. Die hebben we doorgebracht in en rond het Chitwan National Park, het grootste nationaal park van Nepal. Er leven neushoorns, bengaalse tijgers, lippenberen, pythons, cobra's, olifanten, 2 sooren apen, 4 soorten herten, duizenden vogels, ...
Een opsomming van onze jungle-activiteiten:
- een kanotocht op de rivier die de grens vormt van het nationaal park, normaal ideale manier om de zoet- en zoutwaterkrokodillen (de ene vlees- en de andere viseters) te zien, die komen graag aan de oevers liggen om op te warmen in de zon, maar wij hadden jammergenoeg regen tijdens onze kanotocht, en hebben bij gevolg geen krokodillen gezien (bij zonniger weer hebben we er wel eens een gezien aan de rivier)
- een tochtje op de rug van een olifant en van daarop neushoorns kunnen bewonderen op 2m afstand, ook hertjes gezien
- een fietstochtje door de nabijgelegen dorpjes (dit was dan even niet in het park)
- en het hoogtepunt van ons verblijf in Chitwan: een jungle walk! Jaja, echt 'te voet' door de jungle. We werden natuurlijk wel begeleid door 2 ervaren gidsen die het park door en door kennen. Onderweg kruisten 3 neushoorns ons pad, tis te zeggen, had onze gids ze niet opgemerkt, dan hadden we hen misschien onder de 'poten' gelopen, maar doordat hij ze hoorde, konden wij een aantal meter op het pad terugkeren en van op een veilige afstand toekijken hoe mama en kindje neushoorn en 2 minuten later ook nog papa neushoorn ons pad overstaken. Dat was efkes spannend, maar echt sjiek. We zagen ook gestipte herten, blaffende herten, en nog 1 soort waarvan ik de naam niet meer herinner, makaakaapjes, langur aapjes, een marabu, specht, visarend en nog heel wat andere vogels. En niet te vergeten, we hebben een tijger gehoord en een eind in zijn voetsporen gelopen (de gids rook tijgerurine van vroeger op de morgen). We hebben eigenlijk ook een tijger gezien (20cm van ons verwijderd door een houten omheining), maar dat was er jammergenoeg een in gevangenschap.
Om onze laatste dag in Nepal helemaal goed te maken, kwamen we nog eens (ondertussen waarschijnlijk al de 7e keer) toevallig Mike en Melanie tegen, onze zwitserse vrienden die we voor het eerst ontmoetten in een hostel in Moskou en die we daarna telkens weer helemaal toevallig (in een hostel, in de woestijn, bij de visumdienst of gewoon vanachter in een jeep) tegen het lijf liepen.
En zo was ons Nepalees visum ten einde en moesten we het land verlaten, met de bus naar de grens met India gereisd en daarachter stond ons iets anders te wachten. Maar daarover meer in een volgend bericht...


de neushoorns gezien vanop de rug van de olifant


en nog een beetje dichterbij


zonsondergangs boven het Chitwan park


de neushoorns op een paar meter afstand toen ze ons pad kruisten, niet scherp, want het moest rap gaan...


een aapje (langur)


en nog een aapje (speciale soort)...


Joke


een van de uitkijktorens in het park


aapje (makaak of rhesus aapje voor de kenners)

zondag 4 oktober 2009

Nepal ...

Nepal, het land waar ...

- de mensen hun handen samenhouden en namaste zeggen om je te begroeten
- de mensen constant rochelen en spuugen op straat in plaats van hun neus te snuiten
- de vrouwen even hard meewerken in den bouw als de mannen
- zaterdag de enige rustdag is en de kinderen dus ook op zondag naar school gaan
- mannen hand in hand lopen zonder dat ze homo zijn
- het vooral mannen zijn die kleren maken
- claxoneren zo vaak gebeurt als inademen
- auto's en bussen elkaar voorsteken zelfs al komt er vlakbij een tegenligger af
- de mensen soms hun dagen vullen met gewoon in de schaduw te zitten, liggen of hangen
- de bergen het hoogst zijn en de toppen besneeuwd
- de rijstvelden groen zijn
- winkels open zijn van 's morgens vroeg tot 's avonds laat
- je frietjes kan eten in een echte frituur
- geiten bovenop bussen worden vervoerd en varkens soms gewoon in de bus
- men altijd iets geeft of ontvangt met de rechterhand of beide handen samen
- momenteel een religieus festival aan de gang is waarbij veel dieroffers worden gebracht
- koeien zomaar midden op straat kunnen rondlopen, of er ook wel gewoon een siesta houden
- ze ter gelegenheid van het festival overal schommels gemaakt hebben met bamboostokken
- er een hemel van verschil is tussen Kathmandu en Pokhara
- je in Pokhara veel rustiger kunt rondlopen
- je in Kathmandu constant moet uitkijken om niet onder of tussen een auto/brommer/fiets/riskja terecht te komen
- dragers tot 60 kg bagage rond hun hoofd dragen
- ezels nog veel meer bagage naar boven dragen
- ik zeker nog eens wil terugkomen







donderdag 1 oktober 2009

de foto's













ABC

Namaste,

We zijn hier weer met een beetje nieuws van ergens op de wereld, deze keer vanuit Pokhara (Nepal), waar we sinds gisteren terug aangekomen zijn na onze 9-daagse trekking. Het is hier trouwens superwarm, te warm om iets te doen, gelukkig hebben ze in het internetcafe een ventilator.
Onze trekking dus, die begonnen we 10 dagen geleden samen met onze ‘drager’ Sabin (inderdaad, rare naam voor een jongen, maar in Nepal kan het). Trekkings worden hier meestal gedaan met drager en/of gids en omdat we aan het Baikalmeer nogal hebben afgezien met onze zware rugzakken dachten we, we nemen een drager, op die manier steunen we ook een beetje de lokale bevolking.
We startten hier in Pokhara, namen de taxi naar het busstation en van daaruit gingen we met een lokale bus naar Naya Pul, de bus was nog ‘lokaler’ dan degene die we de dag ervoor vanuit Kathmandu naar Pokhara namen (maar dit is nog een verhaal apart). Wij hadden gelukkig een zitplaats op de bus, maar die was kletsnat door de regen van de vorige avond, onderweg werden er voortdurend mensen bijgepropt, en we kregen ook gezelschap van een geit. Het is hier trouwens heel normaal dat geiten in of op de bus worden gestoken, we zagen ook al bussen waar de zetels uit verwijderd waren en waar varkens mee vervoerd werden. Mensen die in de bus geen plaats meer hebben, die kruipen gewoon bij de valiezen en geiten boven op het dak van de bus.


In Naya Pul begon onze trek. We kochten elk nog 2 stokken voor 20 cent het stuk en konden goed uitgerust vertrekken. De eerste dag viel goed mee, het pad ging op en neer, dus was nog niet al te lastig. We hadden goed weer, een beetje te warm misschien, want het zweet stroomde overvloedig van ons. ‘s Avonds sliepen we zoals elke nacht in een lodge (laat je niet misleiden door het woord, want het is onvergelijkbaar met wat ze in Namibie een lodge noemen). We sliepen in een klein kamertje dat van de andere gescheiden is door een dun muurtje en waar door de gaatjes en spleetjes maar al te graag leuke beestjes naar binnen kruipen. Maar goed, wat wil je nog meer voor 2 euro. In de ‘dining hall’ van de lodge kan je ‘s avonds en ‘s morgens eten. Je merkt dus dat er aan onze trek geen tent en gasvuurtje aan te pas kwam. Ze noemen de populaire treks hier ook wel de tea house treks, omdat je in ieder dorp (die op grotere hoogte meestal enkel bestaan uit lodges) kunt eten en slapen.

Ons eerste doel tijdens de trek was Poonhill, een uitzichtspunt, waar je ’s morgens bij zonsopgang normaalgezien kunt genieten van een prachtig zicht op de annapurna bergen. Wij hadden niet zoveel geluk, want vanaf dag 2 van de trek hadden we geen zo’n goed weer meer. Wandelen in de mist en de bergen in de wolken, het was niet zo heel erg leuk. Poonhill ging dan ook aan onze neus voorbij.

Maar we vervolgden onze weg naar de top (niet van de berg, maar van onze trek), Annapurna Base Camp (ABC). We leerden wat andere trekkers kennen, we zagen de Nepalese cultuur en natuur, we ontdekten de toffe bloedzuigers, ... De volgende dagen nog steeds geen al te best weer, maar naarmate we hoger kwamen hadden we meer geluk. Dat hoger komen had ook negatieve gevolgen, de hoogteziekte, die we allebei in lichte mate hebben leren kennen. Al ons zweet, onze spierpijn en afzien werd om 6u ’s morgens op dag 6 beloond door een heldere hemel en een prachtig zicht op alle bergen om ons heen.



En dan waren we klaar om terug af te dalen. Dit ging iets vlotter dan het stijgen, al zaten er toch nog meer dan genoeg bergops tussen. De knietjes begonnen dit te voelen. En gisteren kwamen we dus moe maar voldaan terug aan in Pokhara.

Meer foto's volgen later (wanneer we een snellere pc gevonden hebben)

zaterdag 19 september 2009

Tussenstop: China

Na een paar dagen 'uitrusten' in Ulaanbaatar hebben we onze Transmongolische treinrit verdergezet naar Beijing. Deze keer duurde de rit 'slechts' anderhalve dag en hadden we Spaans gezelschap in onze coupe. We doorkruisten opnieuw de Gobi-woestijn nu per trein ipv per kameel.
Na de gebruikelijke paspoortcontrole, bagagecontrole en Mexicaanse griep check, was er dit keer nog extra werk aan de grens: Omdat China andere sporen heeft dan Rusland en Mongolie, moesten de wielen van alle wagons veranderd worden. De hele trein dus een grote loods in, waar elke wagon omhooggekrikt werd en er nieuwe wielen onder de trein rolden. Boeiend, maar dit duurde ook wel eventjes.


Eenmaal in Beijing aangekomen, was het wel even wennen: na de rust van Mongolie de drukte van Beijing... een stad van maar liefst 10 miljoen inwoners! Ons verblijf hier was echter maar van korte duur omdat we langer dan gepland in Mongolie gebleven waren en onze vlucht naar Nepal niet kon gewijzigd worden... Slechts anderhalve dag, waarin we toch tijd vonden om het Tienanmen plein, de (ingang van de) Verboden stad, de foodmarket te bezoeken en een daguistap naar de muur te ondernemen. We kozen voor een relatief ontoeristisch stuk van 10km, met nogal sterke up en downs. Na een zware wandeling (in 30 graden), genoten we 's avonds van een portie befaamde Pekingeend als afsluiter van ons verblijf in Beijing.
De volgende ochtend namen we het vliegtuig van Beijing naar Hongkong en van daaruit naar Kathmandu in Nepal, waar we nu nog steeds zitten.

vrijdag 11 september 2009

Mongolie - deel 2

Hallo,
hier zijn we met het vervolg. Wat meer foto's nu en minder tekst.
Na het centraal deel van Mongolie, trokken we dus naar het westen. In de Bradt guide hadden we gelezen dat het daar erg de moeite was, heel anders dan de rest van Mongolie, maar het is natuurlijk ver gelegen, dus heel wat minder toeristich (dan het anders o-zo-toeristische Mongolie!). De great lake depression in het westen werd ook beschreven als unesco werelderfgoed, dus wij wouden het er op wagen de lange tocht naar het westen te ondernemen. Volgens Oggie, een van de uitbaters van de Golden Gobi die ons de toer aanboden, was het perfect mogelijk in 2 lange dagen er te geraken. Onze chauffeur en gids dachten daar iets anders over, maar na wat aandringen en nu en dan eens wat opjagen lukte het ons toch in 2,5 dag.


Dit is onze campingplaats van onderweg. Iedereen was druk in de weer met koken, tenten opzetten, foto's nemen, ...

Een typisch Mongools beeld. De moto. Hier zitten ze er met 2 op, maar we zagen er ook passeren waar 4 personen op zaten.

Eindelijk aangekomen aan de great lakes (foto getrokken van aan de rand van het meer, dus zicht op binnenland). Wel wat ontgoocheld als we wilden gaan zwemmen in het meer en het water amper tot aan onze knieen rijkte en dat voor 2 km ver, zwemmen was hier dus geen optie, pootje baden dan maar.




Een ander minpunt was dat het meer op de meeste plaatsen onbereikbaar was door moerasgebied. We kampeerden dus niet aan de oever van het meer, maar een eindje verder tussen de rotsen. Tijdens onze avondwandeling kwamen we een slang tegen (wel van klein formaat, maar toch ...)


Op wandeling een groepje kamelen gezien. Het waren tamme ...



Na de great lake depression keerden we terug, maar dan richting het zuiden. We reden langs het Altai gebergte en deden een paar leuke wandelingen in de bergen. We zagen er veel grote roofvolgels rondvliegen. En maakten savonds kampvuur met koeie- en paardestront.


We reden verder door de Gobi, de woestijn van Mongolie, eerst reden we nog door een stuk semi-woestijn, waar hier en daar toch wat zeldzame plantengroei was. In het zuiden aangekomen zaten we volop in de zandwoestijn. Hier deden we een kamelentocht. Weer niet voor iedereen zonder gevolgen. De kameel van Stijn was echt wel lui (de anderen ook, maar deze was het ergst) en als Stijn hem aanspoorde om toch vooruit te gaan, dan werd meneer de kameel boos en begon hij te spuwen. Geen speeksel, maar een geelachtig spul, dat een beetje leek op wat er vanachter ook uitkomt...




Na de sanddunes begon onze tocht terug naar Ulaanbaatar. Een tussenstop nabij de flaming cliffs.

In deze buurt zijn veel dinosaurusfossielen gevonden, onder andere het eerste nest dino-eieren ooit ontdekt, 2 vechtende dino's die werden opgeschrikt door een zandverschuiving, ... Deze fossielen bezochten we gisteren hier in het Natural History Museum in UB.

Mongolie is een enorm uitgestrekt land (zo groot als West-Europa), maar er wonen amper 2,5 miljoen mensen (waarvan meer dan de helft in UB), veel volk kom je onderweg dus niet tegen, enkel de spreekwoordelijke 2 man en een paardekop.

woensdag 9 september 2009

Mongolie - deel 1

Dag allemaal!

Hier zijn we terug van weggeweest. Gisterenavond zat onze 22-daagse rondreis door Mongolie er op. Nu blijven we nog enkele dagen in Ulaanbaatar en hebben dus wat tijd om verslag uit te brengen. Hier komt alvast het eerste deel van onze trip: Centraal Mongolie.
We vertrokken op 17 augustus, samen met Hannah en Sebastiaan, die we hadden leren kennen in de guesthouse hier in UB. We hebben de trip met chauffeur en gids (die engels spreekt en die voor ons kookte) samen vastgelegd, zodat het een beetje betaalbaar bleef. Onze eerste stop was het Hustai Nuruu National Park, gekend voor zijn wilde Takhi paarden. Daar raceten (want onze chauffeur kon er wat van!) wat rond en zagen een kudde paarden grazen en drinken. Onderweg door het park ook veel marmotten gezien die vlug hun hol inkropen als ze ons hoorden afkomen. Net buiten de grens van het park was een prachtige locatie om ons tentje op te slaan (we namen er de sprinkhanen en het ander ongedierte bij).



We vervolgenden onze weg richting de heilige berg Khognokhan, met een busje met 4 landgenoten in ons kielzog. Onderweg nu en dan moeten remmen voor een koe of paard dat nog vlug de weg wou oversteken. In de vooravond ondernamen we ondanks de naderende donkere wolken nog de tocht van onze ger (de typisch mongoolse huizen, wij sliepen in een ger bedoeld voor toeristen bij een familie) naar de heilige berg.


Aan de berg aangekomen brak de storm los en begon het hard te waaien en ook te regenen. Gelukkig kwamen onze lieftallige chauffeurs ons oppikken, zodat we nog op tijd waren voor het eten. Tijdens het avondeten was er een prachtige zonsondergang te zien, met een dubbele regenboog. Volgens Sebastian (student meteorologie) is Mongolie 'the meteorological heaven'.



De volgende dagen bezochten we nog het klooster in Kharkorum (de oude hoofdstad van Mongolie, waar nu niet veel meer van te merken is), de orkhon vallei (behoort tot het unesco werelderfgoed), de weg ernaartoe was (zoals we al gewoon zijn hier in mongolie redelijk bumpy, we staken ook een aantal riviertjes over, even ons hart vastgehouden, maar Erka en zijn busje waren perfect in staat ons daar moeiteloos over te krijgen). Daar gingen we paardrijden tot aan de orkhon waterval, een tochtje dat voor enkelen onder ons (he Stijn) niet zonder gevolgen bleef.


Na de Orkhon vallei reden we door naar de hot springs daar ergens in de buurt. Hier konden we ontspannen en ons eens deftig wassen. We moesten wel oppassen voor de eekhoorns, want die kwamen de ger binnen om de Duitsers hun caramels op te eten. De volgende dag zaten we lang in de auto om savonds aan te komen aan het 'white lake'. We hebben ondertussen al door dat Mongolen mensen zijn die alles op hun gemak doen, niet graag vroeg opstaan (toch allesins onze chauffeur niet), niet echt kunnen plannen of efficient met de tijd omgaan, elke keer stoppen als ze een collega tegenkomen op de weg, ... We hadden het er in het begin moeilijk mee, maar na een week samen op te trekken, begonnen we er ons een beetje bij neer te leggen. Aan 'het witte meer' deden we een wandeltocht naar de top van de vulkaan, we wandelden door lavavelden en langs bomen die precies door te lava groeiden. Het was een mooie wandeling, terug bij de kampeerplek konden we het meeste zweet efkes afspoelen en het frisse meer. De volgende dag begon onze tocht naar het westen, daarover later meer, in deel 2 ...



groetjes,

Stijn en Joke