maandag 19 april 2010

Pucon en dan terug naar Argentinië

... en de Puelche was ons goed gezind. Toch in ieder geval de volgende dag, want dan beklommen we de vulkaan Villarrica onder een helderblauwe hemel met veel zon. De klim was serieus, maar aangezien we mee waren met een bende Israeliers lag het tempo superlaag. Toen we bijna de sneeuw bereikten konden we gelukkig opsplitsen en gingen wij met een Zweed en een gids voorop, nog efkes doorbijten tot we aan de top waren. We hadden een soort ijshouweel mee voor het geval we zouden vallen. Op de top konden we al vlug ruiken dat we dicht bij het kratermeer waren. Als we wat geduld hadden zagen we af en toe wat lava opborrelen, spectaculair! Het leukste van de tocht moest dan nog komen, want om naar beneden te gaan konden we in het stuk met sneeuw gewoon op onze poep glijden, ging vééel vlugger dan omhoog klimmen! De volgende dag was het weer ons minder goed gezind en bleven we een dagje binnen, onze schoenen waren nog kletsnat van de sneeuw die er bij het glijden inkroop en voor sandalen was het te koud. Maar een lekkere brownie en een filmke maakten de dag goed. De volgende dag was er weer zon en wandelden we naar een prachtige waterval. Heel hoog en echt spectaculair, en totaal niet toeristisch, we waren er helemaal alleen.
Vanuit Pucon namen we de nachtbus naar Santiago en daarna de bus richting Mendoza (terug naar Argentinië dus). We moesten een stukje Andes over, geen tunnel, maar wel vele haarspeldbochten door een mooi berglandschap, we passeerden niet ver van de hoogste berg van Amerika, maar zagen hem jammergenoeg niet.
Mendoza, dé wijnstad van Argentinië, wat kan je er dan ook anders doen dan wijn gaan proeven... We huurden er een fiets en bezochten het wijnmuseum van Maipu en een aantal bodega´s in de buurt.
Na een paar dagen Mendoza sprongen we weer de bus op en een 6-tal uur later kwamen we aan in San Agostin de Valle Fértil, een dorp waar niet zoveel toeristen komen. Het dorp is wel ideaal gelegen om Valle de la luna (of Ischigualasto) te bezoeken. Een natuurpark waar veel dinosaurusfossielen zijn teruggevonden en waar water door de jaren heen heeft gezorgd voor speciale rotsformaties. Al even mooi was het nabijgelegen Talampaya met een canyon in rode zandsteen. We bleven er een nachtje kamperen om te kunnen genieten van de mooie kleuren bij zonsondergang en -opgang en van de vele sterren die snachts te zien zijn in de woestijn.
Weer een heel aantal uur bussen verder stonden we in Córdoba. In de stad zelf bezochten we een aantal kerkjes, de kathedraal en 'Manzana Jesuitica'. In Jesus Maria gingen we nog wat meer Jezuïtensfeer opsnuiven en bezochten we 2 jezuïten estancias. Dit zijn een soort boerderijen die na de kolonisatie door de Jezuïeten werden opgericht en waar wijn of andere producten werden geproduceerd, waarvan de opbrengst naar de Jezuïtencolleges ging.
Vorig weekend gingen we naar een actieve estancia ergens in het hol van Pluto(wel niet van de jezuïten dit keer) waar we vooral genoten van de rust. Op de estancia hadden ze 20 paarden die vrij rondliepen op het landgoed, 100 koeien die ook tussen de bosjes te vinden waren, een 20tal geiten en konijntjes. We maakten er een uitstapje met de paarden, melkten een geit en gingen kruiden zoeken.
Vanavond nemen we de nachtbus naar Buenos Aires.
Wordt vervolgd...

beklimming van de vulkaan


onderweg naar Argentinië

Ischigualasto




Talampaya



kerk Córdoba

estancia van de jezuïten

op de boerderij




zondag 4 april 2010

Esquel - Bariloche - Chiloé

Esquel, daar waren we gebleven... We kwamen er terecht in een supergezellige hostel, een jong koppel dat hun huis als hostel openstelt. We maakten er een wandeling naar een laguna, het was prachtig weer, er was bijna geen mens te bespeuren aan de laguna en we keerden savonds moe en verbrand (niet meer gewoon aan al die zon) terug naar huis. De volgende dag werd een rustdag en konden we nog een mooie film 'Kamchatka' meepikken die ze in het cultureel centrum speelden, speciaal voor ons zetten ze engelse ondertitels op. We gingen de zaterdag naar het nationaal park Los Alerces (Alerces zijn oude grote bomen), waar we een boottochtje maakten op een van de meren naar de Abuelo Alerce, een boom van 3000 jaar oud.






Een korte busrit leidde ons naar Bariloche. Dé chocoladestad van Argentinië. Ook wel het zwitserland van daar, er lopen fotografen rond met Sint Bernardshonden om er een foto van je te nemen met de hond. Met een zeteltjeslift gingen we naar de Cerro Campanario, een fantastische uitkijkplek. Het zou volgens national geographic een van de 10 beste panoramische zichten ter wereld zijn. Nadat alle toeristengroepen terug naar beneden waren konden we op het gemak verder genieten van de prachtige meren en bergen rondom ons.





Na 12 uur bussen (hier geclasseerd onder korte busritten) kwamen we aan in Castro, Chiloé (een eilandje van Chile). Chiloé wordt soms vergeleken met Ierland voor zn natte klimaat en groene heuvels. Verder staat het bekend voor schaaldieren, Curanto, palafitos (paalwoningen) en de typische kerkjes. We bezochten het kerkje van Castro, vanbuiten niet echt om aan te zien, de paarse en zalmroze tinten van vorige lagen verf hangen nog steeds vast aan de golfplaten muren... Vanbinnen was het wel de moeite, veel houtwerk en mooie glasramen. Een aantal mannen waren een poging aan het doen om het beeld van Sint Antonius van zijn troon te halen om er een andere heilige ter ere van Pasen te zetten, maar het lukte niet zo goed. Gelukkig kon Stijn hen ter hulp schieten en kwam Antonius zonder kleerscheuren en armbreuken van zijn troon.



Van Castro reden we naar Chepu, een gehuchtje op Chiloé dat nog niet ontdekt is door het grote publiek, maar wel heel mooi. We sliepen er in een mini dormi bij een eco lodge. Alle electriciteit werd er opgewekt door een windmolen. We kregen ons deel van het Chilote -weer: wolken, regen, opklaringen, regenbogen, wind, weer regen, nog wat zon,... De enige plaatselijke winkel stelde niet veel voor en restaurants waren er niet, we konden er wel gaan eten bij Sandra, een lieve boerin die een aantal kamers verhuurd in het hoogseizoen en die eten maakt voor al wie er langskomt. Ze maakte voor ons lekkere riviervis en varken van eigen kweek. Vrijdagochtend vroeg kropen we in een kajak, voor zonsopgang, want we moesten nog een stukje varen voor we ten midden van het gezonken bos (door de aardbeving van 1960 verzakte een stuk bosland en raakte onder het zoute water waardoor de bomen doodgingen) de zon konden zien opkomen. Er waren jammergenoeg wat wolken, maar het was toch een mooi lichtspectakel. We kajakten smiddags nog tot aan een meer en moesten erna terug tegenstroom en tegenwind terugkeren, mn spieren hebben het gevoeld. Gisterenochtend konden we nog genieten van een prachtige zonsopgang, dit keer zonder wolken, maar met wat misterieuze mist, boven de Chepurivieren.







Daarna namen we weer de bus en kwamen 8 uur later aan in Pucón. Momenteel is het hier heel erg winderig, ´de Puelche´ blaast hier nu. Dat is een wind die gepaard gaat met een seizoensverandering. Hij kan tot 3 dagen blijven waaien, als hij dat doet is het goed, want dan volgen er 2 weken prachtig weer, maar als hij minder dan 3 dagen waait, dan zou er een aantal weken slecht weer volgen. Nu maar hopen dat de Puelche ons goedgezind is...