De berichten volgen elkaar snel op...
We zitten intussen ook al enkele weken in Peru en dus was het de hoogste tijd om ook daar eens iets over te schrijven.
Vanuit Copacabana reisden we naar Cusco, ooit het Incacentrum en nu de meest toeristische stad in Peru, vooral bekend voor het dichtbijgelegen Machu Picchu.
We kwamen er toe temidden van het ´Corpus Christi´ feest en op de plaza de armas waren er de hele dag parades. We zagen de verkoopsters van alle sectoren van de markt, verschillende schoolklassen en iedereen die zijn steentje wou bijdragen aan het feest. Alle deelnemers droegen prachtige traditionele kledij en toonden ons hun beste danskunsten.
Vanwege problemen met onze hostel, het "tourbureau" en wegblokkades door een grote staking konden we niet onmiddellijk naar Machu Picchu vertrekken. We vonden echter een prachtig alternatief: het Manu nationaal park in de jungle. Dit ´park´ is ongeveer 2x zo groot als Zwitserland en staat bekend voor zijn natuurpracht. De uitstap duurde een week, maar we brachten eigenlijk maar 3 dagen in de kernzone van het natuurreservaat door. Jaarlijks bezoeken maar ongeveer 1500 mensen deze kernzone want de meeste toeristen komen niet verder dan de culturele zone van het reservaat. Omdat er in kernzone geen dorpen zijn en er veel minder boten varen, leven er hier veel meer dieren. We zagen schildpadjes zonnen, papegaaien overvliegen, toekans uitrusten in de boomtoppen, ooievaars en reigers pootje baden, apen slingeren aan de lianen, reuze-otters vis vangen, een capybara wegvluchten, kaaimannen slapen op de strandjes en kleurige vlinders fladderen. Tijdens de avondwandelingen botsten we oa. op schorpioenen, een witte tarantulla, spinachtigen ter grootte van een bord en allerlei andere ´leuke´ insecten. We kregen van Sylvia, onze gids, ook wat geschiedenisles over het park en leerden zo dat het grootste deel van het park ´verboden terrein´ is voor iedereen. Hier zouden nog indianenstammen leven die nog nooit in contact zijn gekomen met de ´moderne beschaving´.
Na deze unieke ervaring in het Manupark keerden we terug naar Cusco, waar de stad zich klaarmaakte voor het volgende festival: Inti Raymi, oftewel het Incafeest ter ere van de zon. Dit konden we uiteraard niet missen en we zagen naast een hele hoop dansen van de 4 Incaprovincies ook hoe de opperinca en zijn helpers voorspellingen maakten voor het komende jaar op basis van de smaak van de chicha, de rook van de cocablaadjes en het bloed van een geofferde zwarte lama.
De dag erna brachten we door op de bus op weg naar Aguas Calientes, het Machu Picchu dorp. Daar brachten we een nachtje door en de volgende ochtend vroeg stonden we om 4u al aan te schuiven om de bus te nemen naar de ruïnes. Enkel de eerste 400 bezoekers mogen immers Waynu Picchu, de berg achter Machu Picchu, beklimmen en dat wilden we graag doen. Achteraf bleek echter dat het niet nodig was om hiervoor zo vroeg op te staan. Samen met nog zo´n 1000-tal andere bezoekers zagen we de zon opkomen en genoten we van de pracht van de ´lost city´.