woensdag 24 maart 2010

Nog een stukje Patagonië

Zoals we al in ons vorige bericht zeiden, verbleven we enkele dagen in de zuidelijkste stad ter wereld, Ushuaia. We maakten er een daguitstap naar het nationaal park ´Tierra del fuego´, maar kozen helaas de slechtste dag van de week en hadden bijna de hele dag regen. Gevolg: modderige paadjes, weinig mooie uitzichten en vuile kleren en Stijn slechtgezind (want die kan niet tegen regen). We zagen er een beverdam, wat wel indrukwekkend was.

Na regen kwam een beetje zonneschijn en een regenboog.

De beverdam

Vanuit Ushuaia reden we naar El Calafate, waar we na een dag op de bus arriveerden. In het stadje zelf was niet veel te zien, maar het is de uitvalsbasis voor één van de bekendste gletsjers ter wereld, de Perito Moreno. We kwamen aan op een prachtige, zonnige dag en konden eindelijk weer enkele laagjes kleren uitdoen.

Enkele flamingo´s aan het meer lago Argentino in El Calafate.




We kozen er (onbewust) een koude en winderige dag uit om de gletsjer te bezoeken en waren blij dat we warme kleren hadden. In de namiddag kwam de zon er door en kleurde de gletsjer prachtig blauw. De Perito Moreno gletsjer is één van de actiefste ter wereld en bovendien een van de weinige die nog jaarlijks groeit in plaats van langzaam te verdwijnen. Per dag zou hij tot 2m vooruitbewegen en dat was te merken: af en toe kraakte de gletsjer super luid en regelmatig braken er grote stukken ijs af, soms ter grootte van een huis. Echt spectaculair om dat een keertje te zien.











Na El Calafate reden we verder noordwaarts (24u op de bus) naar Puerto Madryn. Hieronder enkele zichtjes van het uitgestrekte landschap onderweg. De aandachtige kijker kan ook enkele rhea´s ontdekken op de foto´s, een soort kleine struisvogel.





Vanuit Puerto Madryn maakten we een uitstap naar peninsula Valdes om er orka´s te gaan spotten. We hadden (een beetje) geluk, we zagen er een 4-tal vanuit de verte maar veel meer dan hun vinnen en staart zagen we niet. Wel verschillende guanaco´s (een soort lama), pinguins, armadillo´s, zeeleeuwen, zee-olifanten en patagonische hazen.










Vanavond nemen we de bus naar Esquel, aan de grens met Chili. Meer daarover komt later in een volgend bericht!

maandag 15 maart 2010

Patagonia

Zo´n 10 dagen geleden namen we het vliegtuig vanuit het warme Santiago en vlogen naar het zuiden, Punta Arenas. Het werd snel duidelijk dat we een 2000 tal kilometers zuidelijker zaten en dat we short, topjes en sandalen voor efkes in de rugzak mogen laten zitten. Vanuit Punta Arenas maakten we een boottripje naar Isla Magdalena waar een pinguinkolonie van zo ongeveer 50 000 koppels zit. Onderweg zwom een groepje dolfijnen met de boot mee, een raar zicht in winterse temperaturen.
Met de bus reden we verder naar Puerto Natales waar we onze tocht in het nationaal park Torres del Paine wat voorbereidden, degelijke tent en wandelstokken gaan huren, eten inslaan, ... Van dinsdag tot zaterdag zijn we dan naar het park getrokken. Eerst een lange busrit en daarna een oversteek van een meer met de catamaran, dat was al een belevenis op zich. Patagonie is bekend voor veel wind, dat hadden we in Punta Arenas en Puerto Natales al gemerkt, maar hier in het park stak de wind er nog een tandje bij. Het water klutste over het dak en je moest je goed vasthouden. Maar we zijn goed aan de overkant geraakt. Het was al avond dus we zetten op de eerste camping ons tentje. De trekking was de moeite, we deden de bekende W, naar de gletsjer Grey, langs meren, over bergen, met prachtige zichten op besneeuwde toppen. We hadden de eerste dagen veel geluk met het weer, op de wind na dan, maar dat hoort er hier bij. Maar op de laatste dag toen we richting Mirador (zicht op ´de Torres´) gingen, begon het te regenen, verschrikkelijk, we konden er boven op de camping gelukkig een beetje schuilen in een klein 3 murig hutje, maar het bleef koud en nat. Onze tent dan toch maar opgezet in de gietende regen en waaiende wind met als gevolg een kapotte tentstok. Nog vlug een warm pastasoepje gemaakt en in onze slaapzak gekropen al voor het donker werd. Het plan was om de volgende ochtend tot de top te wandelen om de torres te zien, maar het weer besliste daar weer anders over. De regen was gestopt, maar het had snachts blijkbaar wat gesneeuwd en er hingen overal nog wolken. We besloten dus maar dat het niet de moeite was om de klim te doen en gingen naar beneden om in de hut wat op te warmen. Tot zover Torres del Paine.
Nu zitten we dus in Ushuaia, Tierra del Fuego (na een dagje busreis en de grens tussen Chili en Argentinie over te steken). En vergeet maar de reclamespotjes van de douchegel, want Ushuaia is de meest zuidelijk gelegen permanent bewoonde plaats (op Puerto Williams in Chili na) en het is hier dus koud. Maar wel mooi, het stadje ligt te midden de besneeuwde bergen. We gaan hier naar het nationaal park Tierra del Fuego gaan en laten daar dan zeker ook iets van horen.






















zondag 14 maart 2010

Rapa Nui - Te pito o te henua - Isla de Pascua

Rapa Nui, de naam die de oorspronkelijke bewoners eraan geven -
Te pito o te henua, de navel van de wereld zoals het eiland ook wel genoemd wordt -
Isla de Pascua, zoals de Chilenen het zeggen -

Of voor de meesten misschien beter bekend als Paaseiland, genoemd naar de dag waarop het eiland door een Hollander werd ontdekt in 1722. Hier startte onze reis in Zuid Amerika. We denken er nu al soms eens met een koude rilling aan terug, want daar was het warm en nu hebben we het koud (Tierra del fuego, maar later meer daarover).
Paaseiland is eigenlijk een groot openluchtmuseum met de bekende grote beelden 'moai' die op indrukwekkende wijze uit vulkaangesteente zijn gekapt en verspreid staan over het hele eiland. Deze beelden stellen de grote leiders van het oorspronkelijke volk voor. We huurden er een brommertje waarmee we een toer deden langs de verschillende beelden, langs de vulkaan waar ze werden gemaakt, daar liggen nog verschillende onafgewerkte exemplaren en langs Anakena Beach waar een verfrissende duik het stof van ons deed verdwijnen. We beklommen er ook de vulkaan Rano Kau (een van de drie vulkanen die het eiland vormden) waar nu een mooi kratermeer ligt en waar Orongo, een dorp waar vroeger het `vogel-man`ritueel plaatsvond, gevestigd is. Na 3 dagen hadden we het eiland eigenlijk helemaal verkend, maar door de aardbeving in Chile mochten/moesten we nog een paar dagen op het eiland blijven omdat er nog geen vluchten doorgingen. Wij zijn er gelukkig met een tsunami-alarm vanaf gekomen en hebben niets van de aardbeving gemerkt.

In Santiago bleven we maar enkele dagen en er was heel weinig te merken van de aardbeving. Onze hostel vertoonde wat scheuren en barsten, we zagen enkele gebouwen die licht beschadigd waren en één ingestorte kerktoren. Het leven daar ging echter zijn gewone gang. Na enkele bezoekjes aan het kantoor van LAN, de Chileense luchtvaartmaatschappij, kregen we bevestiging dat we verder konden vliegen naar Punta Arenas in Patagonië.